Geschiedenis

Op 19 januari 1836 werd in Brussel de S.A. "Raffinerie nationale de sucre indigène et exotique" opgericht. De oprichters behoorden tot de Brusselse bankierskringen en één van de belangrijkste aandeelhouders was de Société Générale.
Het doel van de nieuwe naamloze vennootschap met een kapitaal van 4 miljoen frank (één van de hoogste van België) was de raffinage van inheemse en exotische suiker en het kweken van suikerbieten voor de suikerfabricage.

 

In 1836 begonnen 500 arbeiders met de bouw van de suikerfabriek, die na slechts één jaar was voltooid. Negenentwintig hectare grond werd ontbost om suikerbieten te kweken. Maar de onderneming werd al snel een mislukking. De legende wil dat de fabriek zelfs nooit zou hebben gewerkt.

 

De suikerindustrie stond op dat ogenblik in België nog in de kinderschoenen (het continentaal stelsel dateert uit 1806) en bovendien bleek dat er te weinig water voorhanden was. Rond 1838 doken financiële moeilijkheden op en in 1840 werd het gebouw gehypothekeerd.

 

In 1851 werd de "Sucrerie" overgenomen door mijnheer Capouillet (burgemeester van Waterloo van 1861 tot 1873) en werd de enige suikerfabriek van het arrondissement. Maar mijnheer Capouillet had niet meer geluk dan zijn voorgangers. Ook hij moest forfait geven: ¬het geografische isolement remde de ontwikkeling van de onderneming, die in 1871 haar deuren sloot. Jammer, want in 1874 werd de spoorweg Brussel-Waterloo voor het eerst in gebruik genomen.

 

Van 1871 tot 1907 was in La Sucrerie een fabriek van gecondenseerde melk ondergebracht, waar tot 150 arbeiders werkten.

 

In 1908 kocht mijnheer De Meeûs het goed en splitste het op in twee boerderijen, die hij verhuurde.

 

In 1929 probeerde mijnheer Gobé in het indrukwekkende industriegebouw een kwekerij van astrakan-schapen uit de grond te stampen.
En de lijst van ondernemingen die achtereenvolgens in La Sucrerie hun intrek namen is nog niet ten einde.

 

In 1948 werd het gebouw de zetel van een sloopbedrijf.

 

In 1951 gebruikte de s.p.r.l. Productions cinématographique Charles Deleukeleire het als film- en fotostudio.

 

In 1963 koos de RTB La Sucrerie voor de opname van verscheidene variétéprogramma's.

 

Na dit artistieke intermezzo werd La Sucrerie in 1970 aangekocht door een ondernemer uit Waterloo, mijnheer Eugène Smits. In 1972 gingen onderhandelingen tussen de gemeente en mijnheer Smits van start. In 1978 beloofde het Ministerie van de Franstalige Gemeenschap de gemeente subsidies voor de aankoop van de eigendom, met de bedoeling er een ontspannings- en cultuurcentrum op te richten. In 1979 besloot de gemeenteraad het te kopen.

 

Op 24 maart 1980 werd het goed gekocht door de gemeente. Een studiebureau werkte een voorontwerp van renovatie uit, dat in 1982 werd goedgekeurd door de gemeenteraad, en het Ministerie van de Franstalige Gemeenschap stemde erin toe het voor 60% te subsidiëren.

 

Van 1983 tot 1989 namen diverse gemeentelijke instellingen hun intrek in La Sucrerie.

 

In 1989 werd ze gekocht door de holdingmaatschappij van de groep Louis de Waele. De bouwmaatschappij zag de troeven van deze getuige uit het industriële verleden van Wallonië en gaf het fraaie gebouw een nieuwe dynamiek als zaken- en ontspanningscentrum zoals het "Martin's Grand Hotel" met bijbehorend brasserie-restaurant "La Sucrerie", beide behorend tot de groep Martin's Hotels die eigenaar is van het Château du Lac in Genval.